Op zondag 16-12-1962 rond 06.00 uur ploegde het in 1922 gebouwde stoomschip Nautilus zich een weg door de zeer zware storm van Swansea naar Delfzijl met een lading kolen van 4000 ton.

 

Op de brug stond kapitein Heinrich Schupke 64 jaar oud, uit Bremen,die direct na deze reis zou worden gepensioneerd. Zaterdag seinde hij nog naar zijn rederij zondag zijn wij in Delfzeil en hebben daar meer mensen nodig.

 

Kapitein Schupke heeft Delfzeil nimmer gehaald.

 

In de vliegende storm met windkracht 10 tot 11 op de schaal van B.F met huizen hoge golven maakte in niet minder dan een uur van het 40 jaar oude stoomschip Nautilus een redeloos wrak.

 

Zware zeeën liepen over het dek en omspoelde de ouderwets hoge opbouw.

 

Om 06.19 uur slingerde de marconist van de murw gebeukte vrachtvaarder zijn eerste S.O.S. de ether in, positie 10 mijl noord west van het lichtschip Texel.

 

Nadat door de zware zeeën een der houten luiken was ingeslagen en het voorste ruim snel vol liep, was er geen redden meer aan.

 

De marconist zetten zijn seinsleutel vast voor een continu positie bepaling, nog een half uur lang klonk de aanhoudende zoemtoon in de ontvangers op zee en op de wal, toen verdween de aanhoudende zoemtoon van de Nautilus uit de ether.

 

 

 

De opvarende van de Nautilus hadden de zwemvesten al lang om en de schoenen uit toen de stuurman brulde dat iedereen naar de reddingsboten moest.

 

Een van de boten kapseisde in het slechte weer, en de andere boot sloeg stuk tegen de scheepshuid, volgens het relaas van de enige overlevende van deze ramp de 26 jarige matroos / kok Lenhard Frei uit Bunde Duitsland.

 

Hij was zelf met nog iemand van de zinkende Nautilus van het achterschip in de kolkende Noordzee gesprongen, reddingssloepen waren er immers niet meer.

 

Het half uur dat de aanhoudende zoemtoon in de ontvangers heeft geklonken, was voor Scheveningen Radio en Nordeich Radio ruimschoots voldoende om een goede kruispeiling te verrichten.

 

De positie van de Nautilus was inderdaad 10 mijl noordwest van lichtschip Texel, net aan de buitenzijde van het diepe gat.

 

De reddingsboot “Prins Henderik” van de KNZHRM  station Den Helder  liep na het noodsignaal dan ook direct de haven uit om nog op tijd zijn om overlevende op te pikken.

 

De reddingsboot Prins Hendrik” had veel moeite om tegen de enorme golven van de noordwester storm op te boksen, en had ongeveer vier uur werk om op de plaats van de ramp te ariveren.

 

Evenzo in deze heksenketel van de Noordzee zwoegden de 3000 paardenkrachten van de zeesleper “Holland” en de Groninger vrachtvaarder “Banka” zich een weg naar de zinkende Nautilus.

 

Ook de Duitse kustvaarder “Gretchen von Allwörden” beladen met hout en op weg van Kristiaanstadt in Zweden naar Brussel was redelijk in de buurt van de in moeilijkheden verkerende Nautilus.

 

De jonge kapitein van de Gretchen von Allwörden, Ernst August von Allwörden gaf meteen opdracht de steven te wenden en in de richting te varen van de in problemen geraakte Nautilus.

 

Op dat moment kampte de Gretchen von Allwörden zelf ook met een probleem het schip maakt 20 graden slagzij onder een weggeschoven deklast.

 

Terwijl de vrouw van de machinist van de Nautilus, die haar man tot Delfzijl tegen moet was gereisd, en daar radeloos wachtte, ontdekken de opvarende van de Gretchen von Allwörden zo rond 11.00 uur te midden van een kolkende zee veel rond drijvend wrakhout.

 

Tussen deze wrakstukken werden twee schipbreukelingen waargenomen in oranje rode zwemvesten.

 

Een van deze schipbreukelingen gaf nog teken van leven, de stuurman van de Gretchen von Allwörden  sprong tenslotte aan een lijn vastgebonden en in een zwemgordel overboord om deze man te redden.

 

De overboord gesprongen stuurman bond de schipbreukeling aan een lijn vast en liet zich samen met hem tegen de scheepsromp omhoog hijsen, terwijl de andere schipbreukeling in de lange deining verdween.

 

Al snel bleek dat het om de matroos / kok van de Nautilus ging de heer Lenhard Frei, deze schipbreukeling was nog bij bewustzijn en werd in het achteronder gebracht waar hij droog en warm gewreven werd en voorzien van een flinke scheut cognac.

 

Zonder dat Lenhard Frei het zich op dat moment kon realiseren dat hij de enige overlevende was van het drama van de Nautilus viel hij als een blok in slaap.

 

 

 

De Gretchen von Allwörden zette samen met ander schepen het zoeken voort, onderzeeboot bestrijdingstoestellen van de Marine Luchtvaartdienst ondersteunden deze actie.

 

Temidden van al het wrakhout dreven de beide stukgeslagen reddingssloepen en een lege dinghy ,de andere blies zichzelf niet op vertelde de enigste overlevende Lenhard Frei.

 

 

 

De reddingsboot “Prins Henderik”uit Den Helder en de kustvaarder Banka borgen respectievelijk 13 en 14 lichamen van de gezonken Nautilus, alle dreven in hun zwemvest, zij waren gekleed maar hadden geen schoenen aan.

 

Dit laatste wijst erop dat een ieder zich ordelijk had klaargemaakt voor het verlaten van de zinkende Nautilus.

 

In de loop van de dag is de reddingboot “Prins Henderik” terug gekeerd naar Den Helder met een trieste lading omgekomen opvarenden van de Nautilus.

 

 

 

Twee dagen na ramp met de Nautilus is bij de Cocksdorp op het strand de twee stukgeslagen reddingssloepen aangespoeld, de sloepen bleken in zeer slechte staat te verkeren, zodat betwijfeld wordt of ze wel berekend waren op hun taak.

 

Bij de Koog op het strand spoelde ook een groot aantal wrakstukken aan, waaronder resten van de stuurhut en bijna 200 scheepsluiken en enkele luchttanks uit de stukgeslagen reddingssloepen.

 

De ramp met de Nautilus op 16 december 1962 heeft bij menige Texelaar tot de verbeelding gesproken.

 

Op de boerderij Fora van de fam Uitgeest heeft men later een schuur gebouwd van de aangespoelde houten scheepsluiken.

 

Tevens zijn er op dit moment nog aangespoelde restanten te zien van de Nautilus in het museum op flora, een wrakdeel van de stukgeslagen reddingssloep met de naam Nautilus is nog duidelijk  herkenbaar.

 

12 jaar na de ramp met de Nautilus, in de zomer van 1974 is er door leden van Duikclub Texel een eerste duikonderzoek op de Nautilus uitgevoerd.

 

Duikclub Texel bestond toen net een jaar en na diverse opleidingen om op dieper water te duiken, durfden men het aan om naar de Nautilus te duiken.

 

Daar in die periode Duikclub Texel nog niet over een eigen vaartuig beschikte, werd er regelmatig gebruik gemaakt van een kotter van een van de leden.

 

Deze eerste duik werd dan ook gemaakt met de Texelse kotter TX 4 van de gebroeders van der Vis uit Oosterend

 

Het wrak van de Nautilus wordt gebroken aangetroffen, een deel van het voorschip ligt op de bakboordzijde, en vanaf de breuk tot het einde van het achterschip ligt bijna onderste boven en schuin omhoog met de schroef naar boven.

 

Het diepste punt bij het schip is 35 meter, aankomende bij het achterschip de schroef en het roer, daar staat nog maar 16 meter water boven dit punt.

 

De gehele opbouw van de Nautilus is verdwenen, en wat van de brug nog over is steekt diep in het zand.

 

Enorme hoeveelheden kolen van de lading worden aangetroffen op de plaats waar het schip gebroken is en deze liggen ook op een diepte van 35 meter.

 

Vanaf de plaats waar het schip gebroken is kun je schuin omhoog zwemmen door het gangboord.

 

Daar het schip  onderste boven licht kun je met lampen kijken binnen in het schip, en daar de stoommachine zien hangen met de cilinderkoppen naar beneden.

 

Tevens is het een imponerende gewaarwording hoe het wrak de afgelopen jaren in het bezit is gekomen van de natuurlijke omstandigheden onderwater.

 

Een rijke begroeiing van zeeannemonen en zeeanjeliers overdekken het schip, het is net een grote bloementuin.

 

Vanaf 1974 tot 2006 wordt er een of twee keer per jaar gedoken op de Nautilus, en het verval van dit schip hebben we de afgelopen 30 jaar dan ook voor onze ogen zien voltrekken.

 

De laatste keer dat wij een bezoek gebracht hebben op dit wrak was in 2005, en hierbij is gebleken dat de Nautilus voor de tweede keer is gebroken.

 

Het achterschip wat vanaf de brug schuin omhoog stak is nabij de brug gebroken en naar beneden gevallen, het gehele schip licht nu vlak op de boden en is aan het verzanden.

 

 

 

Fup Boon

 

Texel